Leerrijpheid

Ouders van vrijeschoolse kleuters zijn misschien al bekend met de term leerrijpheid.
Maar wat is het precies en waarom werken wij met een leerrijpheidsonderzoek?
In dit verhaal zal ik iets meer licht werpen op dit onderwerp.

Leerrijp zijn:
Zodra een kind qua leeftijd toe is aan de eerste klas begint het begrip leerrijpheid een rol te spelen.
Op veel vrijescholen vinden ze het belangrijk om te kijken of het kind leerrijp is, voordat deze overgang gemaakt wordt. De belangrijkste vraag die leerkrachten beantwoord willen hebben is: “Heeft het kind de eerste fase van het leven voldoende kunnen afronden?”

In deze eerste fase van 7 jaar wordt het fundament gelegd voor het verdere leven. Het kind heeft levenskracht/ vormkracht nodig om het lichaam te individualiseren, om het zich eigen te maken. De kinderen leren door te ervaren. Kinderen kunnen zich gemakkelijker tot de leerstof van de lagere school verhouden als zij leerrijp zijn. Er wordt gekeken of een kind het willen, voelen en denken kan samen laten werken, zodat het het schoolse leren kan oppakken.

Begeleiding:
Een kleuterleerkracht volgt de ontwikkeling van zijn of haar kleuters op de voet. Deze ontwikkeling verloopt niet lineair, maar gaat sprongsgewijs. Na een vakantie, ziekte of ‘zomaar ineens’, kan een kleuter plotseling iets nieuws geleerd hebben. De leerkrachten weten daarbij dat een kleuter soms een reikende hand nodig heeft om een ontwikkelingsstap te maken.

Een kleuter is een uniek wezen. Bij een kleuter ontwikkelt elk ontwikkelingsgebied zich nooit apart. Alle ontwikkeling voltrekt zich dankzij een ander gebied. Taal komt gang door beweging. En spel ontwikkelt zich door taal. Aan een kleuter zal passend bij zijn/haar unieke ontwikkeling hulp geboden worden. Hier is geen standaard methode voor. Elk kind volgt samen met de leerkracht zijn of haar eigen pad. Als ouder mag je erop rekenen dat een kleuterleerkracht bij oudste kleuters de ontwikkelingsgebieden die nog niet leerrijp zijn, extra zal aanspreken, uitdagen of op een andere manier aanbod te bieden dat zichtbaar maakt of de kleuter werkelijk leerrijp is.

Kleuterklas:
Vrijescholen hebben heterogene groepen met kindjes van 4, 5 en 6 jaar. Dit om aan te geven dat elk kind zijn eigen ontwikkeling loopt, ze van elkaar kunnen leren en dat de overgang van kleuter naar schoolkind duidelijker gemaakt kan worden.
Soms wordt er gebruikt gemaakt van een tijdelijke klasje met oudste kleuters om de overgang van kleuters naar de eerste klas te versoepelen.

De kleuterontwikkeling:
Een jong kind ontwikkelt zich volgens enkele principes:
– De ontwikkeling gaat van boven naar beneden:
Eerst het hoofd, dan de romp, dan de voeten. (lachen, handje pakken, voetjes ontdekken)
– De ontwikkeling gaat ook van beneden naar boven. (lopen, spreken, denken)
– Eerst ontwikkelt het kind zich horizontaal (liggend) dan verticaal (staand).
-De ontwikkeling gaat van grof naar fijn. Van schouders naar handen, van bekken naar voeten. Eerst krassen met dikke krijtjes, dan schrijven met potlood.
– Eerst leert het kind het totaal, dan pas de verfijning. Eerst lopen, dan op de tenen, stampen, sluipen etc.
En dan hangen al deze ontwikkelingen ook nog eens samen. Ze gaan niet een voor een.

Willen, voelen, denken:
De leerrijpheid wordt aan de hand van deze drie pijlers bekeken.
Bij willen wordt o.a. gekeken naar de grove motoriek, touwtje springen, balgooien, evenwicht, de horizontale en verticale middellijn kruisen, veters strikken, pengreep, handgebaren spelletjes, schaafgreep, lichaamsbesef en dominantie.
Bij voelen wordt er o.a. gekeken naar realistisch zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelfstandigheid, zelfredzaamheid, initiatief, omgang met anderen, creatieve ontwikkeling en spelontwikkeling en constitutie.
Bij denken wordt o.a. gekeken naar taalgebruik, spreken, denkontwikkeling in taal, beginnende geletterdheid, boekoriëntatie, fonemisch bewustzijn, rijmen, auditieve synthese en analyse ( hakken en plakken), ordenen, rekenontwikkeling, tijdsbesef, tellen, geheugen, visuele discriminatie en ruimtelijke oriëntatie.

De kalenderleeftijd:
Vroeger werd er gekeken naar de geboortedatum en werd op deze manier bepaald of je klaar was om te leren ja of nee. Gelukkig wordt hier nu veel meer tijd voor genomen.
Tijd en vertrouwen zijn zo enorm belangrijk voor een kleuter.
Dat ze lekker het spel kunnen spelen, genieten van het aanbod in de kleuterklas en zich kunnen ontwikkelen tot een leerrijpe kleuter, ieder op zijn eigen tempo.
De door de overheid verplichtte kleutertoets is in 2013 ( gelukkig) afgeschaft. Sommige scholen werken echter wel nog met de Cito. Veel vrijescholen werken met het leerrijpheidsonderzoek van de Begeleidingsdienst van Vrijescholen.
Als er sprake is van een kleutertijdverlenging, dan wordt er samen met de ouders gekeken na hoe de ontwikkeling van de kleuter in dat extra jaar ondersteund kan worden. Dit besluit is gebaseerd op het rijpheidsonderzoek, het kleutervolgsysteem, waarnemingen van de leerkracht en ouders en andere aanvullend informatie. Er wordt samen met de ouders een plan opgesteld voor het extra kleuterjaar. Ouders worden daarbij actief betrokken, zodat er thuis in spelvorm gewerkt kan worden aan bepaalde ontwikkelingsgebieden.


Een paar voorbeelden:

  • Touwtje springen:
    Kinderen ervaren door touwtje springen de vreugde bij het maken van (levens)sprongen.
    Als de kinderen buiten touwtje springen, dan kijkt de leerkracht aandachtig.
    Springt een kind licht of zwaar?
    Is er een ritme te herkennen?
    Is het kind bewust van de ruimtelijke richtingen: voor, opzij, achter, boven onder en achter?
    Maakt het kind een tussensprongetje?
    Touwtje springen is een belangrijk criterium. Er zijn echter kinderen die het nooit echt zullen kunnen, maar dan wordt waargenomen hoe het kind touwtje leert springen.
  • De horizontale middenlijn:
    Deze middenlijn is denkbeeldig ter hoogte van de navel en bekkenbodem. Deze lijn is zichtbaar als het kind zich bukt. Een leerrijp kind buigt voorover zonder evenwicht te verliezen of te vallen. Een peuter zal zijn bips nog meer naar achteren steken en tussen de benen een voorwerp oppakken, een kleuter niet meer. Er is verbondenheid in de hersenen en er zijn dwarsverbanden aangegaan.
  • De verticale middenlijn:
    Deze lijn die van boven naar benden gaat, van onze neus tot onze tenen laat zien dat beide hersenhelften kunnen samenwerken.
    Door middel van klapspelletjes wordt deze lijn continue gekruist. Een leerrijp kind moet makkelijk van de ene kant van zijn lichaam naar de andere kant iets uit kunnen voeren. Bijvoorbeeld met zijn linkerhand de rechterknie aantikken.
  • Tellen:
    De ontwikkeling van tellen kent verschillende fases.
    Te beginnen bij akoestisch tellen. Kindjes tellen vanuit een liedje of ritme, zonder dat ze werkelijk weten wat 8 is.
    Als kinderen asynchroon tellen dan telt het kind wel, maar hetgeen wat het kind telt, klopt niet met de werkelijkheid.
    Zodra ze synchroon gaan tellen klopt het tellen wel. Het tellen en aanwijzen matcht.
    Hierop volgend gaan kinderen resultatief tellen. Hetgeen wat ze geteld hebben kunnen ze herhalen.
    1,2,3,4. Ik heb 4 appels. Meestal zijn kindjes 5 jaar als ze dit goed kunnen.
    Na resultatief tellen komt verkort tellen. Bij verkort tellen ziet een kind in een keer dat er 3 appels liggen en telt vanaf dat punt verder. 1 en 2 slaat hij dus over. Dit begint meestal rond 6 jaar te ontwikkelen.
    De laatste fase is gestructureerd tellen. De kinderen maken dan groepjes en tellen op.
  • Constitutie:
    Het lichaam vormt in de eerste 7 jaar een instrument waar het kind zijn persoonlijkheid kan ontwikkelen. Door de verschijningsvorm te herkennen kan het kind beter begrepen worden, ook in het proces van leerrijp worden.
    Je hebt de volgende verschijningsvormen: Groothoofdige kinderen, kleinhoofdige kinderen, cerebrale kinderen, musculaire kinderen, digestieve kinderen, respiratoire kinderen.
    Deze verschijningsvormen worden vaak meegenomen in de leerrijpheid, omdat kinderen met bepaalde vormen jonger of ouder kunnen lijken dan ze eigenlijk zijn. Dit is dus een belangrijk punt om mee te nemen. Wil je meer hierover weten klik hier.
  • Spel:
    Leerrijpe kleuters spelen over het algemeen samen met anderen, houden zich aan de regels en afspraken, ze staan open voor suggesties van anderen, kunnen de leiding nemen of laten zich leiden in een spel.
    Het spel wordt doelgerichter en de fantasie wordt vaker ingezet om te leren.

Naast deze voorbeelden zijn er nog veel meer aspecten waar gekeken naar wordt.
Het proces van leerrijpheid begint op de eerste dag van binnenkomst tot een paar maanden voor de zomervakantie ( van het waarschijnlijk laatste kleuterjaar).

Wil je hier meer over weten, lees dan het boekje Leerrijpheid van Lois Eijgenraam
Ik heb dit boekje tevens als bron gebruikt voor deze tekst.